Toelichting Onstuimig Wenen

Toelichting Onstuimig Wenen woensdag 1 januari 2014
programmatoelichting

Dat Haydn en Mozart met elkaar bevriend waren en elkaars werk bewonderden is, mede dankzij Mozarts vader, geen geheim gebleven. De brief waarin Leopold Mozart trots verslag doet van zijn enerverende ontmoeting met Haydn in Wenen is al vaak geciteerd maar spreekt nog altijd tot de verbeelding. Na afloop van een privéconcert bij de jonge Mozart thuis in 1785 sprak Haydn tot Mozarts vader: “Ik verklaar voor God en als eerlijk man, dat uw zoon de grootste componist is die ik persoonlijk en bij naam ken. Hij heeft smaak en bovenal een zeer grondige kennis van compositie.” Een groter compliment had Haydn niet kunnen geven. Als dank draagt Mozart zes strijkkwartetten op aan zijn vriend en in het voorwoord bij de eerste publicatie vraagt hij of Haydn ‘vader, leidsman en vriend’ wil zijn van zijn ‘zes kinderen’.

Barokensemble Eik & Linde laat zich voor het programma ‘Onstuimig Wenen’ inspireren door een andere anekdote die wellicht iets minder bekend is, maar minstens even bijzonder. Een jaar eerder, in 1784, kwamen vier vrienden samen in Wenen om elkaars nieuwe strijkkwartetten uit te proberen. Behalve Haydn en Mozart bestond dit illustere gezelschap uit Vanhal en Dittersdorf, twee componisten die destijds heel beroemd waren. Volgens Mozarts vriend, de Ierse tenor Michael Kelly (die een waardevol boek publiceerde vol met verhalen over het Weense muziekleven), speelde Vanhal bij deze gelegenheid cello, Mozart altviool en Haydn en Dittersdorf viool. Heel veel meer is er helaas niet bekend, dus we kunnen slechts fantaseren over het samenspel, de conversaties en de grappen van deze vier getalenteerde mannen. Daarbij kan het programma ‘Onstuimig Wenen’ ongetwijfeld een handje helpen, want van alle vier de componisten klinken zeer kenmerkende voorbeelden.

Bruisende ouverture
Hoewel Carl Ditters von Dittersdorf tegenwoordig in de schaduw staat van Haydn en Mozart, was hij tijdens zijn eigen leven enorm populair in Europa als componist en virtuoos violist. Hij schreef eindeloos veel werken in alle geliefde genres zoals symfonieën, strijkkwartetten en opera’s en hij was een veelgevraagd violist. Als beloning voor zijn prestaties werd hij door niemand minder dan keizerin Maria Theresia van Oostenrijk in 1772 tot de adel verheven, waarna zijn geboortenaam ‘Ditters’ werd uitgebreid met de toevoeging ‘Von Dittersdorf’. Zijn definitieve doorbraak als operacomponist kwam met het Singspiel Doktor und Apotheker in 1786. Deze compositie had in die tijd zelfs meer succes dan Mozarts Le Nozze di Figaro. Ook Haydn erkende het succes van Dittersdorf en liet aan het hof van de familie Esterházy (waar hij in dienst was) meerdere opera’s en symfonieën van zijn collega uitvoeren. Dittersdorfs ouverture klinkt in onze oren weliswaar niet zo geniaal als de ouverture van Le Nozze, toch is het wél begrijpelijk dat deze muziek onmiddellijk aansloeg bij het publiek. Vrolijke, bruisende en aantrekkelijke melodieën die vooruitwijzen naar een vermakelijk, komisch verhaal over de ruzie tussen een arts en een apotheker. Een opera met conflicten, liefdesproblemen en hilarische verkleedpartijen, en uiteindelijk natuurlijk een happy end, waarbij de zoon van de arts trouwt met de dochter van de apotheker.

Vorstelijke muziek
Bij gebrek aan betrouwbare bronnen is er helaas niet veel bekend over de Boheemse componist Johann Baptist Vanhal (ook wel geschreven als ‘Wanhal’). Mogelijk had hij Nederlandse voorvaderen, maar zijn beide ouders en hun grootouders waren Boheems. Vanhal vertrok rond 1760 naar Wenen waar hij waarschijnlijk lessen volgende bij Dittersdorf. Daarna werkte hij in ieder geval een tijd in Italië en Hongarije, totdat hij zich rond 1780 opnieuw in Wenen vestigde. Vanhal schreef veel muziek in vrijwel alle muzikale genres, zoals ongeveer 75 symfonieën, tientallen klaviersonates en minstens veertig missen (erg veel voor iemand die geen kerkelijke opdrachtgever had). Haydn bewonderde de werken van Vanhal en speelde ze vaak voor de familie Esterházy, net zoals hij met de composities van Dittersdorf deed. Vanhal had destijds veel succes in Wenen, terwijl zijn composities tegenwoordig vrijwel onbekend zijn bij het grote publiek. Dat dat erg jammer en onterecht is bewijst de Symfonie in C groot: het is stralende, energieke en feestelijke muziek die op sommige momenten sterk aan Mozart doet denken. In het zangerige tweede deel tovert de muziek een aristocratische wandeling van een vorstelijk gezelschap tevoorschijn, met behulp van karakteristieke solo’s voor de blazers, serene melodieën voor de eerste violen, elegant begeleid door de overige strijkers.

Geniaal pianoconcert voor excellente leerling
Wolfgang Amadeus Mozart, de jongste van de vier kwartetvrienden, had net een nieuw pianoconcert geschreven in 1784. Wellicht dat de heren de orkestbegeleiding ook even hebben doorgespeeld, want het is mogelijk om dit concert uit te voeren met begeleiding van een strijkkwartet (de blazers partijen zijn ‘ad libitum’). Het indrukwekkende Pianoconcert in Es groot, KV 449 is één van de weinige pianoconcerten uit de Weense periode die Mozart niet uitsluitend voor eigen gebruik componeerde. Net als het Pianoconcert in G groot, KV 453 was het bedoeld voor zijn leerling Barbara Ployer, dochter van een belangrijke afgezant van het aartsbisschoppelijk hof van Salzburg in Wenen. Behalve Barbara mochten alleen Mozart en zijn zus Nannerl het concert spelen. Dat bewijst dat ze een excellente leerling moet zijn geweest, want de solopartij is bepaald niet eenvoudig en bij het schrijven van de cadens in het eerste deel heeft Mozart ongetwijfeld rekening gehouden met haar spelniveau. Opvallend zijn verder de overweldigende opening van het orkest (dat in de versie met blazers en strijkorkest extra rijk klinkt), de aantrekkelijke dialogen tussen de pianist en de strijkers, de pure schoonheid van het dramatische langzame deel en de rijke fantasie in de variaties op het openingsthema van het laatste deel. Onweerstaanbaar mooie muziek van een geniaal componist.

Onstuimige symfonie
Joseph Haydn was een groot deel van zijn leven in dienst van de invloedrijke Hongaarse familie Esterházy. Dat bood veel voordelen, maar belemmerde tegelijkertijd ook zijn vrijheid. Als kapelmeester aan het hof van de familie kreeg hij een fors salaris, kon hij vrij experimenteren met nieuwe compositiestijlen en had hij een groot orkest en operagezelschap tot zijn beschikking. Zoals Haydn het zelfs eens beschreef: “Ik leefde afgezonderd van de wereld, niemand kon me het hoofd op hol brengen of me lastigvallen en dus moest ik originaliteit tonen.” Haydn mocht echter geen compositieopdrachten aannemen van anderen, hij mocht geen partituren verkopen aan derden noch mocht hij de muziek die hij voor de familie schreef elders laten uitvoeren. In feite was Haydns muziek dus eigendom van de Esterházy’s. Op 1 januari 1779 kwam hier gelukkig verandering in. Na achttien jaar trouwe dienst werd Haydns contract eindelijk versoepeld: hij diende nog steeds voorrang te geven aan de opdrachten van de Estherházy familie, maar voortaan mocht hij ook voor andere opdrachtgevers werken en mocht hij zijn muziek ook uitgeven. Bovendien kreeg hij meer vrijheid om af en toe op reis te gaan en zo belandde hij dus in 1784 in Wenen om met Mozart, Dittersdorf en Vanhal strijkkwartetten te spelen.

Haydn schreef de Symfonie nr. 44 in e klein rond 1772, toen hij nog onder het strenge regime stond van de familie Esterházy. De bijnaam ‘Trauer’ is niet van Haydn zelf, maar deze is wel geïnspireerd op een uitspraak van Haydn dat hij het aangrijpende Adagio van de symfonie op zijn eigen begrafenis wilde laten spelen. Ondanks zijn geïsoleerde bestaan volgde Haydn de Weense mode goed, herkenbaar aan de zogenaamde ‘Sturm und Drang’ elementen in zijn muziek uit deze periode. Zo zit de ‘Trauersinfonie’ vol met snelle en abrupte akkoordwisselingen, plotselinge dynamische accenten (sforzati), onrustige ritmische syncopen en mineurharmonieën. Allemaal uitbarstingen van expressiviteit, kenmerkend voor deze muzikale en literaire stroming. Haydn slaagt er echter tegelijkertijd in om zijn muziek een geheel eigen klankwereld te geven, met groots uitgewerkte melodieën en thema’s, originele harmonieën en een elegant en ingenieus geschreven Menuet. Hier toont zich de meester, de grondlegger of ook wel ‘de vader’ van de symfonie.